Protestantse gemeente te
 
Vriescheloo
 
Merkteken PKN
Preek 23 november 2008
 

Inhoudsopgave

Liturgie
Preek

Liturgie

Aanvangslied
Psalm 50:1, 2
Groet
Stil gebed
Bemoediging
Gebed van toenadering
Vervolg aanvangslied
Psalm 50:11
Kyrie
Gloria
Gezang 457:1, 3, 4
Gedicht (Janet Korte)
De mensen van voorbij, Hanna Lam
Wij noemen de namen van hen die gestorven zijn
Lied
Gezang 273:1, 3, 4
Gebed om verlichting met de heilige Geest
Lied
Gezang 299:1
Schriftlezing
Lied
Gezang 299:3
Schriftlezing
Lied
Gezang 299:5
Schriftlezing
Lied
Gezang 299:9
Verkondiging
Lied
Jezus leeft in eeuwigheid, Evangelische Liedbundel, lied 411
Gebeden (Janet Korte en Johanna Hulsman)
Inzameling van de gaven
Slotlied
Gezang 281:1, 3, 4
Zegen

Preek

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Het christelijk geloof is iets wat we allemaal gezamenlijk delen. Daarom zitten we hier vanmorgen ook in de kerk: om samen te belijden dat we in God geloven. En die belijdenis maakt dat wij zingen, bidden, bijbellezen en spreken over God. Maar nu doet zich een vreemd verschijnsel voor: we hebben het altijd wel over wat God voor ons leven betekent, en over wat wijzelf voor God kunnen betekenen, maar we hebben het bijna nooit over de laatste dingen, de dingen die na onze dood gebeuren. Wij zijn geschapen om bij God in het paradijs te zijn, en uiteindelijk gaan we daar ook naartoe, maar we hebben het er bijna nooit over.

En toch zijn het belangrijke vragen, vragen ook die veel mensen hebben, want ik krijg ze vaak te horen als ik bij mensen op bezoek kom. Ik vind dat soort vragen, de vragen dus over leven en dood, hemel en hel, vragen over de laatste dingen, moeilijke vragen. Tenminste, de vragen zijn niet zo moeilijk, maar ze zijn soms zo lastig te beantwoorden. En toch zijn dat soort vragen de belangrijkste van het christelijk geloof. Want de geboorte, het leven, de kruisiging en de opstanding van Jezus hebben in feite maar één doel: alle mensen weer bij God in het paradijs – of zo u wilt: de hemel – te brengen. En als de hemel zo gezien centraal staat in het christelijk geloof, dan is het raar dat wij daar bijna nooit over spreken. Daarom wilde ik deze preek maar eens besteden aan het beantwoorden van een paar van de belangrijkste vragen die mensen stellen.

Maar laat ik beginnen met een vraag die ik niet kan beantwoorden, dan hebben we dat maar gehad. De vraag is: hoe ziet de hemel eruit? Die vraag zou ik als volgt willen beantwoorden: de hemel is niets anders dan een groot Engels landschapspark, waar leeuwen en lammeren gemoedelijk naast elkaar aan de oever van een langzaam stromend beekje liggen, en waar mensen met een gelukzalige glimlach zorgeloos over brede lanen flaneren. Natuurlijk is dat onzin, maar zo ziet mijn beeld van de hemel er nou eenmaal uit. Het probleem is dat de Bijbel geen duidelijke beschrijving van de hemel geeft. In het boek Openbaring wordt de hemel voorgesteld als een hemelse stad, Jeruzalem, met gouden straten en paarlen poorten. Maar ook dat is maar een beeld van de hemel.

We weten wel hoe het in de hemel zal zijn. In het boek Openbaring staat deze omschrijving van de hemel: “Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.” Alle dingen die ons leven hier op aarde soms tot een hel kunnen maken, zijn er niet meer in de hemel. De hemel is het paradijs, maar dan zonder slang en zonder verleidelijke vruchten. Kortom: we weten niet hoe de hemel eruitziet, maar we weten wél dat alles er goed zal zijn.

Kom je na je dood meteen in de hemel of is er een opstanding van de doden op de dag dat Jezus terugkomt? Tja, de vraag is eenvoudig genoeg en het antwoord is volgens mij ook niet zo ingewikkeld. Het probleem is alleen dat ik het zo moeilijk kan uitleggen. Toch ga ik een poging wagen. Houd u vast. Wij wonen in de tijd. Gisteren zijn we geboren, vandaag leven we en morgen gaan we dood. Wij kénnen dus alleen maar gisteren, vandaag en morgen, ja, en verleden jaar en volgende maand natuurlijk. Wij wonen in de tijd, maar God woont in de eeuwigheid. En in de eeuwigheid speelt tijd geen rol. Zoals Petrus in een van zijn brieven zo mooi schreef: “Eén ding mag u niet over het hoofd zien, geliefde broeders en zusters: voor de Heer is één dag als duizend jaar en duizend jaar als één dag.” In de hemel spelen begrippen als gisteren, vandaag en morgen dus geen enkele rol. In de hemel vallen Pasen en Pinksteren op één dag. Het uur van onze dood is het uur van de terugkomst van Jezus. Met andere woorden: we komen na onze dood meteen in de hemel, maar tegelijkertijd zal het einde der tijden dan al hebben plaatsgevonden. Want in de hemel is geen tijd. Begrijpt u het?

De moeilijkste vraag heb ik tot het laatst bewaard: komen wij eigenlijk wel in de hemel? Of kunnen we ook in de hel terechtkomen? Bestaat de hel wel? Of zoals ouders mij weleens vragen: ik denk wel dat ik in de hemel kom, maar mijn kinderen, of mijn kleinkinderen, kennen geen God of gebod: ik ben zo bang dat zij niet gered worden. Dit is een van de moeilijkste vragen in het christendom: de vraag naar de hel. Want dat de hel in de Bijbel voorkomt, dat hoeft geen betoog: we hebben vanmorgen gelezen over wat er met de bokken gaat gebeuren: “Jullie zijn vervloekt,” zegt de Mensenzoon over hen, “verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen.” En even later zegt Jezus: “Hun staat een eeuwige bestraffing te wachten, de rechtvaardigen daarentegen het eeuwige leven.” Niet mis te verstaan, zo lijkt het.

Toen ik ging studeren aan de Universiteit Utrecht kwam ik zonder het te weten terecht in een conservatief-christelijk bolwerk. Het is daar bijna vloeken in de kerk om te zeggen dat je gelooft dat uiteindelijk alle mensen behouden zullen zijn. Zij noemen dat alverzoening, en dat bedoelen ze neerbuigend. Want, zo zeggen ze, alleen mensen die geloven in Jezus Christus zullen behouden worden. Want zo staat dat in de Bijbel. En in eerste instantie dacht ook ik dat dat zo was. Maar toen ging ik op een dag nadenken over het koninkrijk van God zoals dat zal zijn als Jezus eenmaal was teruggekeerd op de aarde. Dat koninkrijk van God waarin alles goed zal zijn en zoals dat beschreven staat in het boek Openbaring: “Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.”

Hoe kun je dát koninkrijk nu samen laten vallen met zoiets als de hel. Alsof er ergens in een klein hoekje van Gods koninkrijk nog een hel zou kunnen bestaan. Het leek mij compleet onmogelijk. Als in God koninkrijk alles goed is, dan is er volgens mij eenvoudigweg geen ruimte voor zoiets kwaads als de hel. Bovendien, denk ik dan: mensen die wél in de hemel komen missen hun dierbaren die daar niet zijn – hun kinderen of kleinkinderen, bijvoorbeeld. Maar als mensen hun geliefden missen, hoe kan het dan dat er geen rouw, geen jammerklacht en geen pijn zullen zijn?

Later ontdekte ik dat de Bijbel niet eenduidig spreekt over wie er in de hemel zullen komen. Ga maar na, we hebben vanmorgen drie gedeeltes uit de Bijbel gelezen die iets zeiden over wie in de hemel zullen komen. In het verhaal over de schapen en de bokken gaan die mensen naar de hemel die iets goeds hebben gedaan voor de minsten van Jezus’ broers of zussen. Daar wordt je dus gered op grond van je daden. Maar in Matteüs 12 wordt je gered op grond van je woorden. Jezus zegt daar immers: “Want op grond van je woorden zul je worden vrijgesproken, en op grond van je woorden zul je worden veroordeeld.” En in Johannes 3 staan zelfs twee verschillende dingen vlak bij elkaar: “Over wie in hem [de Zoon van God] gelooft wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in hem gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet wilde geloven in de naam van Gods enige Zoon.” Verlossing dus op grond van je geloof in Jezus Christus. Maar dat wordt even later gevolgd door: “Wie kwaad doet, haat het licht; hij schuwt het licht omdat anders zijn daden bekend worden. Maar wie oprecht handelt zoekt het licht op, zodat zichtbaar wordt dat God werkzaam is in alles wat hij doet.” En dat is weer verlossing op grond van je daden. Hoe kun je dan zeggen dat mensen alleen verlost worden op grond van hun geloof in Jezus Christus als de Bijbel daar zelf niet eenduidig over is?

Uiteindelijk moeten wij ons tegenover God verantwoorden voor ons leven. Misschien is dat wel zoiets als de hel: dat je alle stiekeme gedachten, alle boze woorden en alle kwalijke daden uit je hele leven onder ogen moet zien en ze moet verantwoorden tegenover God. Maar die hel zal zeker niet eeuwig duren, want Gods liefde voor ons is groter dan onze zonden. Gods liefde voor ons is groter dan alle zonden van alle mensen samen.

Amen.