Jezus, diep in de woestijn,
eenzaam en vol vragen,
voerde daar een zware strijd
veertig lange dagen.
Stenen nam hij niet voor brood,
Hij is niet bezweken
– ook al was de honger groot –
voor zijn tegenspreker.
Alle rijkdom, alle macht
lagen in zijn handen,
als Hij maar een knieval bracht
voor zijn tegenstander.
Jezus zei: Ik kniel niet neer,
want er staat geschreven:
Bid alleen tot God de Heer,
dien Hem heel je leven.
Jezus, diep in de woestijn,
veertig lange dagen,
bleef het in de zware strijd
met Gods woorden wagen.
Hanna Lam, bij Matteüs 4:1-11.
Op Aswoensdag – dit jaar op 1 maart – begint weer de veertigdagentijd, de voorbereidingstijd op Pasen. Het is een mooie tijd en een goede gelegenheid om eens stil te staan bij wie Jezus voor ons is.
Hanna Lam geeft in haar lied een samenvatting van Matteüs 4:1-11. “Jezus werd door de Geest meegevoerd naar de woestijn om door de duivel op de proef gesteld te worden.” Zo begint dit gedeelte. Het zijn niet voor niets veertig dagen: dat verwijst naar het volk Israël, dat gedurende veertig jaren in de woestijn verbleef voordat het het beloofde land kon binnentrekken. Maar het verwijst ook naar Mozes – “Veertig dagen en veertig nachten bleef Mozes daar bij de heer, zonder te eten of te drinken.” (Exodus 34:28) – en naar Elia – “Elia stond op, en toen hij had gegeten en gedronken liep hij, gesterkt door dit voedsel, veertig dagen en veertig nachten door de woestijn, tot hij bij de Horeb kwam, de berg van God.” (1 Koningen 19:8).
Gemeenschappelijk aan al deze verhalen zijn de elementen afzondering (in een woestijn of op een berg), vasten (afzien van lichamelijke behoeften) en voorbereiding (op een goddelijke taak). Deze elementen komen terug in onze veertigdagentijd. De veertigdagentijd is afgezonderd van de rest van het kerkelijk jaar. Niet zozeer de vreugde van ons geloof heeft de overhand, maar de verstilling, de inkeer. Steeds meer mensen gebruiken deze periode om te vasten (door bijvoorbeeld niet te snoepen of tv te kijken), waarmee ze uitdrukking proberen te geven aan de verstilling en de inkeer om zo dichter bij God te komen. De veertigdagentijd is een tijd van voorbereiding op Pasen, het feest van de opgestane Heer.
Maar in Matteüs 4 komt daar nog een element bij: de beproeving. Jezus wordt door de duivel op de proef gesteld, maar Hij wijst de duivel af, zoals Hij tijdens zijn hele leven deed. Jezus wijst de duivel af omdat Hij een taak van Godswege had: hij moest lijden en sterven voor ons.
De betekenis die Jezus voor ons heeft is dus tweeledig: aan de ene kant mogen wij dankbaar zijn dat Jezus in de beproeving recht overeind is gebleven en dat Hij zijn taak heeft afgemaakt. Aan de andere kant laat Jezus ook zien hoe God ons leven bedoeld heeft: ook van ons verwacht God dat wij recht overeind blijven in de beproevingen in ons leven. Welke dat ook maar mogen zijn – waarschijnlijk zijn dat voor ieder van ons weer andere.
Dat kan de veertigdagentijd dus voor ons betekenen: omzien in dankbaarheid en vooruitkijken met nieuwe moed. Dankbaarheid, want Jezus heeft zijn leven voor ons gegeven, en nieuwe moed, omdat Hij heeft laten zien dat het leven zoals God het bedoeld heeft, geleefd kán worden. En als dat soms niet lukt, dan vinden we Jezus aan onze kant.
| 19 februari | 10.00 uur | Mevrouw M. Smith-Luttjeboer | Sellingen | ||
| 26 februari | 10.00 uur | De heer W.Th. van der Wal | Winschoten | Kerkkoor | Koffiedrinken |
| 5 maart | 10.00 uur | De heer E. Terwan | Vriescheloo | ||
| 12 maart | 09.30 uur | De heer H.J. Dijkstra | Gasselternijveen | ||
| 19 maart | 10.00 uur | Mevrouw F. Groenbroek-de Boer | Veelerveen | Blijde Klanken | Koffiedrinken |
Op 26 februari werkt het kerkkoor onder leiding van Betty Gersonius mee in de dienst.
Op 5 maart is het de eerste zondag van de veertigdagentijd.
Op 12 maart begint de dienst om 09.30 uur omdat de heer H.J. Dijkstra nog ergens anders voorgaat.
Op 19 februari en 12 maart is de extra collecte voor het restauratiefonds.
Op 26 februari wordt er gecollecteerd voor onze eigen diaconie.
Op 5 maart is de extra collecte voor
Kerkinactie/zending.
De voorjaarszendingsweek valt dit jaar in de veertigdagencampagne van Kerkinactie.
Deze campagne communiceert de inspiratie voor - en noodzaak
van - (wereld)diaconaat en missionair werk in een wereld waar economisch onrecht
groeit door globaliseringsprocessen.
Speciaal aandacht is er voor mensen die als gevolg van die
economische globalisering van huis en bedrijf verdreven
worden, bijvoorbeeld in de agrarische sector.
De opbrengst telt mee voor het missionair aandeel
buitenland.
De heer D. Renken, Koeweg 10, is weer thuis; we hopen dat het
goed met hem blijft gaan.
Ook mevrouw Van Ham, Esdoornweg 19, lag in het ziekenhuis;
ook voor haar hopen we dat het goed blijft gaan.
Mevrouw D. Opheikens-Hilverts, Dorpsstraat 141, is verhuisd naar De Blanckenbörg, Blijham, kamer 134.
Van Gasselternijveen: familie Te Velde-Kaspers, Industrieweg 28, 9699 SL Vriescheloo.
Collecten van 15 januari tot en met 5 februari 2006.
Kerk: € 239,93, restauratiefonds: € 67.65, diaconie: € 103,31,
oecumenisch werk: € 42,35, jeugdwerkcollecte: € 60,90.
Bijdragen voor Het Kerkvenster via A.H.-K.: € 20,00, via J.M.-D.: € 10,00.
Hartelijk bedankt!
Een bloemengroet ging naar mevrouw Van der Ham, die uit het
ziekenhuis kwam.
De jarigen die een bloemengroet kregen waren de dames A.J.
van Benten-Verdonk (78), L. Eefting-de Vroeg (84) en mevrouw Rouppé-van der Wal
(76).
Bloemen gingen ook naar de jarige heren M. Panneman (79), F.
van Benten (79), S. Jansen (82) en R.E. Kremer (78).
Ontvangen giften via J.M.-D.: twee keer € 5,00, via J.H.: € 7,50 en € 30,00, via P.Z. € 10,00 en via B.T. € 10,00.
Hartelijk dank voor uw gift!
Bregina Terwan.
Nog steeds kunnen muntgeld en guldens worden ingeleverd bij
de Nederlandsche Bank. Muntgeld tot 1 januari 2007 en bankbiljetten tot 1
januari 2032.
Mocht u nog munten of papiergeld in huis hebben dan kunt u
dit oud geld nog inleveren bij de kerkrentmeesters of via de collecteschaal.
Op 10 maart geeft het kerkkoor onder leiding van Betty Gersonius weer
zijn jaarlijkse uitvoering.
Naast zang zal de toneelgroep de klucht t Blift onder
ons voor het voetlicht brengen.
Iedereen is van harte welkom.
De zaal is open om 19.30 uur.
Het duurt nog even, maar op 30 maart om 20.00 uur zal er
weer een gemeenteavond worden gehouden.
Onderwerpen zijn onder andere de rekeningen van diaconie en kerkrentmeesters,
nieuwe kerkenraadsleden, et cetera.
Noteert u alvast de datum!
Cartoons en ambassades… Wat hebben die twee met elkaar te maken? Tot voor kort niets, maar nu is het één aanleiding tot het in brand steken van het ander. Bezwaren van de moslims: je mag Mohammed niet afbeelden en je mag niet met hem spotten. Het eerste bezwaar begrijp ik niet. Zíj mogen Mohammed dan misschien niet afbeelden, maar voor een niet-moslim heeft dat verbod geen waarde. Het tweede bezwaar begrijp ik ook niet. Hebt u die cartoons gezien? De meeste zijn tamelijk flauw, vind ik. Bovendien spotten ze niet zozeer met Mohammed, maar meer met het moslimterrorisme.
Wat zou ik voelen als niet Mohammed, maar Jezus zou zijn afgebeeld in cartoons? Zou ik dan ook zo gekrenkt zijn? Eerlijk gezegd zou ik me er niet zo druk om maken. In het ergste geval zou ik misschien boos worden en op hoge poten een brief schrijven, maar geen haar op mijn hoofd zou eraan denken om ambassades in de fik te gaan steken of producten te boycotten. Bovendien: in een aantal kranten in moslimlanden verschijnen regelmatig spotprenten op het joodse geloof. Ik moet dan denken aan iets wat Jezus zei: “Waarom kijk je naar de splinter in het oog van je broeder of zuster, terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt?” Beste moslimbroeders en -zusters: zou het misschien allemaal wat minder heethoofdig kunnen?
Aan de andere kant: de Jyllands-Posten, de krant die de cartoons plaatste, staat bekend om zijn harde koers tegen buitenlanders. En het idee achter het plaatsen van de cartoons was de tendens tegen te gaan die volgens de krant onder tekenaars bestaat om zichzelf te censureren waar het onderwerpen betreft die met de islam te maken hebben. De cartoons waren dus niet bedoeld om een of ander inhoudelijk standpunt duidelijk te maken (de normale functie van cartoons), maar waren een demonstratie tégen de vermoedde zelfcensuur en vóór de persvrijheid. Dames en heren journalisten: zou het misschien allemaal wat minder heethoofdig kunnen?
Voor de veertigdagentijd is er, net als vorig jaar, een dagboekje gemaakt. De bedoeling van het veertigdagenboekje is ondersteuning te bieden bij het intenser beleven van de veertigdagentijd. Voor iedere dag van de veertigdagentijd is er een bijbelgedeelte bepaald dat u thuis (bijvoorbeeld na de maaltijd) kunt lezen. Dit bijbelgedeelte wordt dan uitgewerkt in een verwerking (vaak een korte overdenking). Het boekje is prachtig geďllustreerd. Het kost € 3,00 en is bij mij te verkrijgen. Er is ook een boekje voor kinderen gemaakt. Dat boekje zal ik uitdelen aan de kinderen van de zondagsschool.
Met hartelijke groet, ook namens Bregina,
Erik Terwan.
Elke zondag tijdens de kerkdienst voor kinderen van 0 tot 4 jaar.
Elke zondag tijdens de kerkdienst, behalve in de schoolvakanties, voor kinderen vanaf 4 tot 12 jaar.
Elke woensdag van 17.00 tot 18.00 uur, behalve in de schoolvakanties.
Bijbelkring. Op woensdagmorgen om 9.30 uur in de consistorie op 15 februari en op 1 maart en 15 maart.
Jeugdcatechese en -club. Op vrijdagavond om 19.00 uur in de consistorie op 3 maart en op 17 maart, om 19.45 uur gevolgd door de jeugdclub in de kelder van Het Trefpunt.
Elke dinsdag van 20.00 tot 22.00 uur.
| Thema: | Een geweldige erfenis |
| Spreker: | de heer Teun van Ommen uit Kampen |
| Inleiding: | de heer F. Verkade uit Hoogeveen |
| Medewerking: | christelijk mannenkoor Prins Alexander
uit Hoogezand-Sappemeer en Westerwolds Mannenkoor uit Sellingen onder leiding van de heer Wiebe de Boer uit Winschoten |
| Organist: | de heer G. Christians uit Bellingwolde |
| Datum: | D.V. dinsdag 14 maart 2006 |
| Aanvang: | 20.00 uur |
| Plaats: | Nederlandse Hervormde Kerk aan de Kerklaan te Onstwedde |
Na afloop van de samenkomst is er gelegenheid om een kopje koffie of thee te gebruiken in d’ Ekkelkaamp.
Ook is daar een boekentafel van Het Zoeklicht
aanwezig.
Christenen voor Israël heeft er een stand met Israël-producten.
Jongeren kiezen voor De Nieuwe bijbelvertaling.
Ruim een derde van de christelijke jongeren leest De
Nieuwe Bijbelvertaling. Een jaar na verschijning blijkt de vertaling haar
weg gevonden te hebben onder deze groep. Dat is een van de uitkomsten van het
onderzoek naar De relevantie van de Bijbel voor christelijke jongeren, dat het
onderzoeksbureau Synovate Censydiam
in opdracht van het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) in september 2005 heeft uitgevoerd.
Het onderzoek werd uitgevoerd onder 1068 actieve
christelijke jongeren tussen 16 en 25 jaar. Geselecteerd werd aan de hand van
leeftijd en kerkbezoek (minimaal een keer per twee maanden).
De deelnemende jongeren hebben een katholieke of
evangelische achtergrond, zijn afkomstig uit de Protestantse Kerk in Nederland
(PKN) of staan in de gereformeerde traditie (waaronder christelijk
gereformeerd, gereformeerd vrijgemaakt, Nederlands gereformeerd, enzovoorts). De
“restgroep” anderschristelijk bestaat uit jongeren met onder andere een apostolische
of methodistische achtergrond.
Aanleiding voor het onderzoek was de wens van het NBG meer
inzicht te krijgen in de omgang van jongeren met de Bijbel en de betekenis van
de Bijbel bij levensvragen. Belangrijk aandachtspunt in het onderzoek was de
visie van de christelijke jongeren op de Bijbel. Voor evangelische en
gereformeerde jongeren en jongeren uit de PKN is de Bijbel vooral een bron van
kracht; ze zien de bijbel als een boek van wetten en plichten. De Bijbel geeft
hun houvast. Katholieke jongeren lezen in de Bijbel omdat de verhalen “mooi en
leuk zijn”, de Bijbel biedt hun richting in het leven.
Hoewel het idee bestaat dat jongeren nauwelijks lezen, bleek
de onderzoeksgroep regelmatig de Bijbel open te slaan. Daarbij lezen
katholieke jongeren gemiddeld het “minst” in de Bijbel: ruim zes keer per maand.
Gereformeerde jongeren lezen het meest: gemiddeld zo’n vijfentwintig keer per maand. Voor
alle jongeren geldt dat de Bijbel meestal wordt gelezen in de kerk of
bij kerkelijke activiteiten, voor en/of na de maaltijd en bij het slapen gaan.
Opvallend was de voorkeur van alle christelijke jongeren
voor de verhalen over Jezus (evangeliën). Katholieke jongeren zijn verder
geďnteresseerd in de geschiedenisverhalen (zoals Rechters, Koningen), terwijl
de brieven van Paulus hier geen aanhang vinden. Voor protestantse,
gereformeerde, evangelische jongeren en de restgroep anderschristelijk
spelen de brieven en de wijsheidsboeken daarentegen wel een rol.
Met de uitkomst van het onderzoek wil het NBG het beleid
voor jongeren voor de komende jaren uitzetten, bijstellen en vernieuwen.
Daarbij zal overlegd worden met diverse jongerenorganisaties. Op dit moment
werkt het NBG samen met de
Evangelische Omroep (EO) aan de
Jongerenbijbel.
Voor Nigeria: prijs God voor de vredige samenleving tussen verschillende stammen die vijfhonderd verschillende talen spreken. De verspreiding van bijbels is toegenomen na de brand in een van onze grootste bijbeldepots in Jos. Bid dat onze diglot-bijbels in drie verschillende talen een impuls zullen zijn voor alfabetiseringsprogramma’s. Bid voor ons werk met blinden, gedetineerden, jongeren en aidslijders.
Voor Nicaragua: dank voor alle kerken die ons steunen door gebed voor het bijbelwerk, nationaal en wereldwijd. Dank ook voor onze mensen, die ons - vaak vanuit hun beperkte middelen - financieel ondersteunen. Bid dat God vrede, verzoening en welzijn mag geven. Bid ook voor de totstandkoming van de Miskito-bijbel met deuterocanonieke boeken en voor ons personeel, dat mede door hun werk de Bijbel het gehele land mag bereiken.
Voor Papoea-Nieuw-Guinea: bid God dat in onze natie vrede, orde en gezag mogen worden hersteld. Bid ook voor onze sponsoractiveiten, literaire programma’s en ons werk in gevangenissen, dat - prijs God! - succesvol is. Bid dat door onze activiteiten mensen God zullen leren kennen. Bid om wijsheid wanneer we ernaar streven om het bijbelgenootschap zo doeltreffend mogelijk te laten werken.
Bron: Gebedsboekje 2006
Hallo jongens en meisjes,
Hier volgt een verhaal over Swimmy.
Er was eens een klein, zwart visje. Samen met zijn broertjes
en zusjes zwom hij in de zee. Ze deden tikkertje, verstoppertje en nog veel
meer. Maar op eens op een kwade dag kwam er een grote vis, die met één grote
hap alle kleine visjes opslokte.
Alle visjes? Nee, Swimmy kon nog net ontsnappen.
Vanaf die dag zwom hij alleen door de zee. En hij begon aan
een lange reis. Op zoek naar vriendjes. Op een dag ontdekte hij achter een
grote rots visjes, net zo klein als hij. Alleen waren deze vissen rood. “Kom mee,
dan gaan we spelen,” riep Swimmy. Maar de rode visjes schudden heel hard nee.
“Pas op,” riepen ze. “Kom gauw achter deze rots, anders wordt je
opgegeten door de grote vis.” Swimmy dacht aan zijn broertjes en zusjes en
hij voelde zich heel erg alleen. Maar ineens wist hij het. “Ik heb een
plan,” zei hij tegen de rode visjes. “Kom maar achter de rots vandaan.
We zwemmen allemaal samen in de vorm van een hele grote vis. Zal je eens zien
wat er gebeurt!” En Swimmy wees aan hoe de rode visjes zich moesten
opstellen.
“Jullie zijn de buik, jullie de staart, jullie de
vinnen, jullie de kop en ik ben het oog. Ziezo, klaar! Laat die grote vis nu
maar komen.” En zo gebeurde het.
De grote vis schrok vreselijk van die grote, rode vis met
dat zwarte oog en sloeg op de vlucht.
En Swimmy had heel veel nieuwe vriendjes...
Vrienden kun je nooit genoeg hebben!
Zo zie je maar weer dat we met z’n allen elkaar beter kunnen helpen en dat we dan sterk staan voor de problemen die we in ons leven tegenkomen.