1 Voor de koorleider. Een psalm van David, 2 toen de profeet Natan hem had bezocht, nadat hij met Batseba geslapen had.
3 Wees mij genadig, God, in uw trouw,
u bent vol erbarmen, doe mijn daden teniet,
4 was mij schoon van alle schuld,
reinig mij van mijn zonden.
5 Ik ken mijn wandaden,
ik ben mij steeds van mijn zonden bewust,
6 tegen u, tegen u alleen heb ik gezondigd,
ik heb gedaan wat slecht is in uw ogen.
Laat uw uitspraak rechtvaardig zijn
en uw oordeel zuiver.
7 Ik was al schuldig toen ik werd geboren,
al zondig toen mijn moeder mij ontving,
8 maar u wilt dat waarheid mij vervult,
u leert mij wijsheid, diep in mijn hart.
9 Neem met majoraan mijn zonden weg en ik word rein,
was mij en ik word witter dan sneeuw.
10 Laat mij vreugde en blijdschap horen:
u hebt mij gebroken, laat mij ook juichen.
11 Sluit uw ogen voor mijn zonden
en doe heel mijn schuld teniet.
12 Schep, o God, een zuiver hart in mij,
vernieuw mijn geest, maak mij standvastig,
13 verban mij niet uit uw nabijheid,
neem uw heilige geest niet van mij weg.
14 Red mij, geef mij de vreugde van vroeger,
de kracht van een sterke geest.
Er was eens een timmerman. Zijn naam was niet Jozef, maar
Geppetto – Italiaans voor Jozef. En deze Geppetto maakte een houten pop, die,
terwijl hij hem aan het maken was, tot leven kwam. Afijn, u kent waarschijnlijk
allemaal het verhaal van Pinokkio. Pinokkio was een nogal ondeugende pop, die
allerlei kattenkwaad uithaalde. Zo probeerde hij een keer een paar goudstukken
die voor Geppetto bedoeld waren, voor zichzelf te houden. Nu had Pinokkio een
Sprekende Krekel als vriend, die hem altijd influisterde het goede te doen en
het kwade te laten. Hij gebood Pinokkio de goudstukken af te staan, maar
Pinokkio trok zich niets van hem aan. Hij vertelde vadertje Geppetto dat hij de
goudstukken verloren had. Mét dat hij dat zei, groeide zijn neus een stuk
langer. En hoe meer hij loog, des te langer zijn neus werd.
“Je liegt, Pinokkio,” zei Geppetto.
“Hoe weet u dat?”
“Tja, jongen, er zijn twee soorten leugens: die van de korte
benen en die van de lange neuzen.”
Toen begreep Pinokkio dat hij iets verkeerds gedaan had en
hij kreeg berouw.
Een ander verhaal (2 Samuël 11:1-12:25) gaat over een koning. Koning David. Deze had een oogje laten vallen op de vrouw van een ander: Batseba, die getrouwd was met Uria. Terwijl Uria in het leger een van Davids oorlogen aan het uitvechten was, werd Batseba zwanger van David. Met een list probeerde David nog het vaderschap op Uria’s naam te krijgen, maar dat mislukte. Toen zorgde hij er maar voor dat Uria gedood werd. Daarmee lag voor David de weg vrij om te trouwen met Batseba.
Eind goed, al goed: zo dacht hij, maar niets was minder
waar. Intussen was zijn neus gaan groeien. Niet letterlijk natuurlijk, maar hij
had een respectabele lengte bereikt: minstens drie van de tien geboden had hij
overtreden, en hij dacht er nog mee weg te komen ook!
Maar God had het gezien, en het was kwaad in zijn ogen. Hij
zond zijn profeet Natan naar David. Natan vertelde hem een gelijkenis over een
rijke man die het enige lammetje van een arme man afnam. Door deze gelijkenis besefte
David wat hij verkeerd had gedaan en kreeg hij berouw.
En zo is deze psalm ontstaan. David besefte zijn schuld en
vroeg God om genade en vergeving van zijn zonden.
En nu ons eigen verhaal. Want als we verhalen horen over wat
anderen verkeerd doen, begrijpen we direct wat er verkeerd is. Maar begrijpen
we dat ook altijd bij onszelf? Luisteren wij wel naar de Sprekende Krekel
voordat wij zondigen, of naar de profeet Natan als de zonde al gedaan is? Die
twee die vaak ergens in ons achterhoofd een soort roependen in de woestijn
zijn? De stem van ons geweten? Al te vaak ketst dat geroep af op het
geluidsscherm van ons ego. Anderen, ja ánderen doen altijd de slechte dingen;
wij niet, wij zijn de goeden.
Of wachten we tot we een lange neus krijgen? Wachten we tot
anderen gaan roepen dat we iets verkeerds gedaan hebben, voordat we dat zelf
durven toegeven?
Maar áls we luisteren is er ruimte voor inkeer en berouw. En
dan kunnen we met David deze psalm bidden. En als we dat doen, dan geeft God
ons de ruimte voor zijn genade. Die weg is voor ons geopend door Jezus
Christus.
| 17 april | 10.00 uur | De heer T.Brouwers | Gasselternijveen | Blijde Klanken | |
| 24 april | 10.00 uur | De heer E. Terwan | Vriescheloo | Jeugddienst | |
| 1 mei | 10.00 uur | De heer T. Brouwers | Gasselternijveen | ||
| 8 mei | 10.00 uur | Mevrouw M. Smith-Luttjeboer | Sellingen | ||
| Pinksteren | 15 mei | 10.00 uur | De heer E. Terwan | Vriescheloo | Zang- en muziekgroep Joy |
Op 24 april is er een jeugddienst. Tegenwoordig wordt er veel gepraat over hoe de jongeren bij de kerk te betrekken. Maar is dat wel de juiste probleemstelling? Jongeren moet je niet betrekken bij de kerk, want jongeren zíjn de kerk; maken deel uit van de kerk. Jongeren moeten de kerk bij zichzélf betrekken. Daar krijgen ze in deze dienst de gelegenheid toe. Het zal anders worden dan anders. Misschien zult u deze dienst niet direct als kerkdienst herkennen. Maar gaat een kerkdienst niet om het eren van God? Is een kerkdienst niet om te vieren dat wij kinderen zijn van God? Op wat voor manier ook? U bent van harte uitgenodigd om deze dienst mee te vieren!
De extra collecte op 17 april is voor het
restauratiefonds.
Op 24 april is de extra collecte voor eredienst en
kerkmuziek.
De vierde zondag ná Pasen heet in de traditie van de kerk
‘cantate’ (van het woord cantare: ‘zingen’). De collecte is bestemd voor
toerusting van gemeenten, predikanten, etcetera, door middel van cursussen, voorlichting
en advies. Maar ook voor de opleiding van kerkmusici en het vervaardigen van
materiaal voor eredienst en kerkmuziek, zoals het Dienstboek.
Op 1 mei wordt er gecollecteerd voor educatie en
toerusting.
Dit werk is gericht op de opleiding van kerkelijk werkers,
godsdienstonderwijs en vervaardiging van materiaal voor kring-, cursus- en
trainingswerk voor gemeenteleden en ambtsdragers, bijvoorbeeld de cursus Theologische
Vorming voor Gemeenteleden. Ook enkele samenwerkingsprojecten met het
Nederlands Bijbelgenootschap
worden hieruit gefinancierd.
Op 8 mei wordt er voor onze eigen diakonie
gecollecteerd.
Op 15 mei, Pinksteren, is de collecte bestemd voor
het missionaire werk in het buitenland en telt mee voor het missionair aandeel
buitenland.
Op 18 maart 2005 overleed in de leeftijd van 58 jaar
lieve zorgzame man en vader van Ina Hoeksema-Koop,
Bolinda en Andréüs, Willem, Tineke en Hugo, Karin.
Na een dienst van Woord en Gebed op 23 maart jongstleden in de protestantse
kerk te Vriescheloo, werd hij begraven op de begraafplaats te Vriescheloo.
Wij wensen zijn vrouw en kinderen veel sterkte met het
verlies van man en vader.
Op 29 maart 2005 overleed in de leeftijd van 35 jaar
lieve man en lieve pappa van Anita van Strien-Teuben, Emma
en Jisca.
Op 1 april jongstleden vond de herdenkingsdienst plaats in het
dorpshuis De Voortgang te Wedde, aansluitend de begrafenis op de begraafplaats
te Wedde.
We wensen Anita, kinderen en verdere familie veel sterkte
met het verlies van Ronald.
Collecten van 13 maart tot en met 3 april: € 325,66,
diaconie: € 41,41,
Kerkinactie: € 133,94,
pastoraat: € 217,64, paascollecte: € 104,15.
Hartelijk bedankt voor uw bijdragen, ook zij die per bank of
giro een bijdrage overmaakten!
Eind 2004 berichtte
de Nederlandsche Bank dat er nog 633 miljoen
gulden in biljetten en 503 miljoen gulden aan muntgeld niet is ingewisseld.
Mocht u nog biljetten of munten in bezit hebben, dan kunt u
dit bij de kerk inleveren via de collecte of via de kerkenraadsleden.
Munten kunnen tot 1 januari 2007 worden ingeleverd bij de Nederlandsche
Bank en bankbiljetten nog tot 1 januari 2032.
Op 28 mei zal weer de jaarlijkse rommelmarkt worden gehouden.
In het volgend Kerkvenster hierover meer.
Paus Johannes Paulus II is dood. Nog meer dan tijdens zijn leven is hij nu een echte mediahype geworden. Zelfs op de commerciële zenders is ruimschoots aandacht voor het overlijden van de paus en voor de verkiezing van zijn opvolger. Maar al die snelle jongens en meisjes van de commerciëlen schijnen meer geďnteresseerd te zijn in de Vaticaanse machtspolitiek en de geheimzinnigheid rondom de dood van een paus en de bijeenkomst van de stemgerechtigde kardinalen dan in het christelijke geloof. Woorden als crypte en conclaaf rollen als zoete broodjes over de toonbank. De Da Vinci Code – maar dan voor het echie.
Ik zat te lezen in het laatste document dat JPII geschreven heeft: een Apostolische Brief, verschenen op 25 maart – slecht een paar dagen voor zijn dood. Daarin trof me het volgende: “Ook de wereld van de massamedia heeft Christus’ verlossing nodig. Persoonlijke verdieping in de heilige Schrift, de ‘grote codex’ voor het overbrengen van een boodschap die op grond van haar verlossende waarde niet vluchtig en vergankelijk is maar juist fundamenteel, kan ongetwijfeld helpen de processen en de waarde van communicatiemiddelen met de ogen van het geloof te zien.” Met andere woorden: we moeten die massamedia in dienst nemen voor het koninkrijk van God. En als er íémand is geweest die wist hoe dat moest, dan was het de paus zelf wel. Want tussen al die hitsige berichtgeving door waren toch telkens vonkjes van het evangelie te bespeuren. Ik denk dat als Maurice de Hond op dit moment zou onderzoeken wat de paus voor de wereld betekend heeft, veel mensen begrippen als vrede, gerechtigheid en barmhartigheid zouden noemen.
Een tijdje terug stelde iemand voor om ook in de Protestantse Kerk in Nederland een bisschop (of paus) aan te stellen. Niet als hiërarchische functie, maar meer in de zin van spreekbuis voor de kerk (een beetje vergelijkbaar met hoe de koningin in Nederland functioneert). Ik vind dat eigenlijk een heel goed idee. Want JPII heeft voor elkaar gekregen wat de PKN maar niet lukt: om als belangrijke factor in de media het evangelie over het voetlicht te krijgen. Een PKN-paus, als het een goede is, zou dat wel kunnen – zeker omdat hij of zij (het kan natuurlijk best een pausin zijn) geen rare standpunten als celibaat en het verbieden van geboortebeperking hoeft te verdedigen, maar zich volledig zou kunnen concentreren op het uitdragen van de bijbelse boodschap en de christelijke principes. Ikzelf zie me dat niet worden, maar ik wil best zitting nemen in het conclaaf.
Met hartelijke groet, ook namens Bregina,
Erik Terwan.
Eigenlijk was de NBG-vertaling al verouderd toen zij in 1951
uitkwam. Dat kwam aan de ene kant omdat er al veertig jaar aan gewerkt was en
de Nederlandse taal in die tijd behoorlijk was veranderd. Aan de andere kant
hebben de vertalers het niet aangedurfd om al te grote afwijkingen van de
Statenvertaling in deze nieuwe vertaling op te nemen.
Daarom besloot het
Nederlands Bijbelgenootschap
in 1993 om
De Nieuwe Bijbelvertaling
te gaan maken. Het werd opgezet als een groot
vertaalproject in samenwerking met de
Katholieke Bijbelstichting en hun Vlaamse
zusterorganisaties. Mensen uit een groot aantal kerken werden betrokken bij het
vertaalproject.
Het vertaalprincipe van De Nieuwe Bijbelvertaling is
brontekstgetrouw en doeltaalgericht. Doeltaalgericht wil zeggen dat de
vertaling goed hedendaags Nederlands moet zijn. Een gemiddelde Nederlandse
lezer moet kunnen begrijpen wat er staat. Let wel: kunnen begrijpen,
want om een tekst te begrijpen is meer nodig dan alleen taalvaardigheid. Er is
ook andere kennis nodig (bijvoorbeeld theologische of historische kennis). Maar
de taal mocht in ieder geval geen barričre vormen om de tekst te kunnen
begrijpen.
Brontekstgetrouw wil zeggen dat de kenmerken van de
oorspronkelijke Hebreeuwse en Griekse tekst zoveel mogelijk overgezet moeten
worden in het Nederlands. Kenmerken zijn bijvoorbeeld rijm, woordspelingen,
stijl, karakter (poëzie of proza).
Al vroeg tijdens het project, en ook na verschijning, kwam er
veel kritiek op De Nieuwe Bijbelvertaling. Dat is natuurlijk logisch: het
vertalen van een tekst die mensen zo na aan het hart ligt roept veel
strijdpunten op. Zo was er kritiek op de vertaling van de naam van God. In de
Hebreeuwse tekst wordt God JHWH genoemd. Het is niet precies bekend waar deze
letters voor staan, omdat de klinkers eraan ontbreken (Joden spraken de naam
van God nooit uit, dus daarom hadden ze de klinkers ook niet nodig). Van
oudsher (zelfs al in het Nieuwe Testament) werd JHWH daarom vertaald met
“Heer”. Maar veel mensen vinden dat deze
vertaling een mannelijk aspect benadrukt dat in de originele taal niet staat. (JHWH
heeft namelijk te maken met wat God zegt in Exodus 3:14: “Ik ben, die Ik ben.”)
Anderen hadden liever gezien dat JHWH met
“Heere”
vertaald was, zoals in de Statenvertaling.
Een ander punt van kritiek was het gebruik van kleine
letters bij het verwijzen naar God, Jezus of de heilige Geest (In de
Statenvertaling werd “Hij” en “Zijn” gebruikt; in de NBG-vertaling werd het “Hij”
en “zijn”; in De Nieuwe Bijbelvertaling is het “hij” en “zijn”). Een argument
hiervoor is dat het gebruik van eerbiedskapitalen in het Nederlands snel
afneemt (werd je vroeger in brieven met “U” aangesproken, tegenwoordig is het
“u”). Maar het belangrijkste argument is dat in de grondtekst ook geen
onderscheid wordt gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters. De grondtalen
kenden vroeger (Hebreeuws zelfs nu nog) namelijk alleen maar hoofdletters.
Veel van die kritiek heeft volgens mij te maken met gewenning. De oude, vertrouwde teksten klinken ineens niet meer vertrouwd! Is dat dan wel goed? Aan de andere kant kun je zeggen dat die oude teksten ook ineens weer heel fris klinken en daardoor weer een nieuw licht op de Bijbel kunnen laten schijnen. De Protestantse Kerk in Nederland heeft deze bijbelvertaling vrijgegeven voor beproeving in de gemeentes. Over vijf jaar wordt besloten of De Nieuwe Bijbelvertaling dezelfde status krijgt als de NBG-vertaling en de Statenvertaling. Laten we in de tussentijd zoveel mogelijk gebruik maken van De Nieuwe Bijbelvertaling door er thuis en in de eredienst uit te lezen en uit te leven.
Op dinsdag 24 mei 2005 organiseert de werkgroep Kerk en Iraël een excursie naar
Bad
Bentheim en Twente. Er wordt allereerst onder leiding van een plaatselijke gids
een bezoek gebracht aan de joodse begraafplaats bij het slot Bentheim. Nadat er
Kaffee mit Apfelkuchen is genuttigd, vertrekken we naar Enschede, waar de
onlangs heropende synagoge wordt bezocht
(www.synagoge-enschede.nl).
We krijgen hier een uitgebreide
rondleiding. We gebruiken de koosjere lunch in de bezoekersruimte van de
synagoge, waarna hier door iemand iets verteld wordt over de geschiedenis van
het joodse leven in Enschede.
Tenslotte wordt nog een bezoek gebracht aan de joodse begraafplaats van Almelo, waar
uiteraard ook door een plaatselijke deskundige iets zal worden verteld over de
geschiedenis van joods Almelo
(zie daarvoor ook hier).
Het belooft een boeiende dag te worden! Ook nu proberen we weer zoveel mogelijk over Nederlandssprekende gidsen te beschikken.
De instapplaatsen zijn:De kosten bedragen € 33,00; hierbij zijn de entrees,
rondleidingen, Kaffee mit Kuchen en de lunch inbegrepen.
De reis wordt gemaakt in een van alle gemakken voorziene touringcar.
U kunt zich telefonisch, schriftelijk, per fax of per e-mail aanmelden bij de
penningmeester van de werkgroep Kerk en Israël:
S. Been, Veelerdiep 6, 9541 GA Vlagtwedde,
telefoon: (0599) 31 27 42 (18.00 tot 19.00 uur),
fax: (0599) 31 36 42,
e-mail: simon@been.org.
Hallo allemaal,
We hebben het paasfeest gevierd met een erg mooie dienst,
waarin jullie hebben meegewerkt en heel goed hebben gepresteerd.
Blijf zo geregeld mogelijk komen!
Hier volgt nog een gedicht, waaruit je heel veel kunt leren:
De neger zegt tot de blanke man:
“Als ik in de zon lig, ben ik zwart,
als ik ziek ben, ben ik zwart,
als ik kwaad ben, ben ik zwart,
als ik koud ben, ben ik zwart,
als ik dood ben, ben ik zwart.
Als jij in de zon ligt, ben je bruin,
als jij ziek bent, ben je wit,
als jij kwaad bent, ben je rood,
als jij koud bent, ben je blauw,
als jij dood bent, ben je wit.
En dan noemen ze mij een kleurling!”
De zondagsschoolleiding
Gé Behling